Functio.
Module 5 - Factoren en scope
Module 5

Factoren en scope

Elke functie wordt op vaste factoren beoordeeld. Je leert wat de zes wegingsfactoren meten, hoe scope werkt, en hoe de factoren samen de zwaarte van een functie bepalen.

ca. 9 minuten
5 klikbare factorkaarten

Wat leer je?

  • Wat de zes wegingsfactoren van Functio zijn
  • Wat elk van de vijf inhoudelijke factoren precies meet
  • Hoe een lichte en een zware uiting van een factor eruitzien
  • Wat scope is en hoe Functio die bepaalt
  • Hoe Functio de functieschaal berekent en wat jouw rol als HR daarbij is
  • Hoe de rol van AI verschilt tussen de Functio-methode en de CAO-methoden

Factoren beschrijven de zwaarte van het werk

Functio beoordeelt elke functie op vaste wegingsfactoren. Elke factor kijkt naar een andere kant van het werk. Samen geven ze een objectief, vergelijkbaar beeld van hoe zwaar een functie is.

Er zijn zes wegingsfactoren. Vijf daarvan beschrijven de inhoud van het werk. De zesde is scope: die kijkt naar het bereik van de functie en weegt anders, tweedimensionaal. Ook scope komt in deze module aan bod.

Vijf inhoudelijke factoren
Kennis, Autonomie, Complexiteit, Probleemoplossend vermogen en Impact.
Scope (zesde factor)
Het bereik waarvoor de functie verantwoordelijk is. Weegt tweedimensionaal.
Onthoud

Factoren meten de zwaarte van het werk. Scope meet het bereik. Ze zijn onafhankelijk van elkaar en tellen allebei mee in de waardering.

De vijf inhoudelijke factoren

Wat meet elke factor?

Klik op een factor om te zien wat Functio ermee beoordeelt.

K
Kennis

De kennis en ervaring die nodig is om de functie goed uit te voeren.

A
Autonomie

De mate van zelfstandigheid die de functie vraagt bij het nemen van beslissingen en het stellen van prioriteiten, binnen of buiten gestelde kaders.

C
Complexiteit

De mate waarin de functie zich afspeelt in een omgeving met verschillende, veranderende en onderling samenhangende factoren.

P
Probleemoplossend vermogen

De mate waarin de functie vraagt om zelf oplossingen te bedenken voor nieuwe of ingewikkelde problemen.

I
Impact

De mate waarin de functie, door beslissingen en verantwoordelijkheid, invloed uitoefent op resultaten, middelen, mensen en de richting of positie van de organisatie.

Let op: een factor kijkt naar wat de functie vraagt, niet naar hoe goed een bepaalde medewerker presteert. Je waardeert de rol, niet de persoon.

Hoe ziet een lichte en een zware uiting eruit?

Elke factor loopt van een lichte tot een zware uiting. De voorbeelden hieronder maken concreet waar je op let. Dit zijn illustraties van de uitersten, geen scores.

FactorLichte uitingZware uiting
KennisElementaire taakkennisUitzonderlijk diepgaande vakkennis
AutonomieVolledig volgens instructiesBepaalt organisatiebeleid
ComplexiteitStabiele takenStrategische organisatievraagstukken
ProbleemoplossendSignaleren en doorgevenFundamenteel nieuwe concepten
ImpactEigen uitvoeringBepaalt de strategische koers
Onthoud

Een functie is bijna nooit overal even zwaar. De ene factor kan licht zijn terwijl de andere zwaar weegt. Dat is normaal en juist waardevol: het maakt het profiel scherp.

De zesde factor

Scope: het bereik van de functie

Scope is ook een wegingsfactor, maar werkt anders dan de vijf inhoudelijke factoren. Die vijf kijken naar de aard van het werk. Scope kijkt naar het bereik: de omvang van teams, budget en organisatiebereik waarvoor de functie verantwoordelijk is. Scope weegt tweedimensionaal en heeft een eigen schaal.

Twee functies met dezelfde inhoudelijke zwaarte kunnen een heel andere scope hebben:

Adviseur, één afdeling
Adviseert één afdeling over het eigen vakgebied. Kleiner bereik, dus een kleinere scope.
Adviseur, hele organisatie
Adviseert de hele organisatie over hetzelfde vakgebied. Groter bereik, dus een grotere scope.
Onthoud

De roltypering (module 6) zegt hoe iemand werkt. Scope zegt voor welk deel van de organisatie de functie verantwoordelijk is. Ze staan los van elkaar.

Hoe bepaalt Functio de scope?

Functio helpt je met een korte wizard. Je beantwoordt drie vragen en op basis daarvan bepaalt Functio het scopedomein. Daarna vul je de omvang in (de dimensiewaarde, zoals FTE of omzet). Zo weegt scope tweedimensionaal.

De drie vragen in de wizard
1

Geeft de medewerker formeel leiding aan andere medewerkers?

Zo ja, dan wijst dit richting het domein Management.

2

Is de medewerker verantwoordelijk voor een klantenportfolio of marktsegment?

Zo ja, dan wijst dit richting het domein Sales.

3

Levert de medewerker adviezen aan management?

Zo ja, dan wijst dit richting een advies- of stafdomein.

Twijfelregel: vul de omvang in waarvoor de functie verantwoordelijk is, niet de omvang van de hele organisatie. Een adviseur voor één business unit vult die unit in, niet het totale personeelsbestand.

De app helpt je

Je hoeft geen ranges te onthouden. Functio toont de opties zodra het domein bepaald is.

Hoe komt de functieschaal tot stand?

Zodra het profiel klaar is, met de Resultaatgebieden (de gebieden waarop een functie resultaat levert) en de factorscores, gaat Functio rekenen.

1

Factoren: per Resultaatgebied

De vijf inhoudelijke factoren (Kennis, Autonomie, Complexiteit, Probleemoplossend vermogen, Impact) worden per Resultaatgebied bepaald. Elk RA heeft dus zijn eigen factorscores.

2

Scope: over de hele functie

Scope geldt voor de hele functie, niet per RA. Het gaat over het bereik waarvoor de functie verantwoordelijk is.

3

Functio rekent

Functio combineert dit deterministisch tot een functieschaal A tot en met P. Zelfde profiel erin, zelfde schaal eruit. Hier komt geen AI aan te pas.

Let op: de precieze rekenregels horen in de workshop, niet in deze module. Het principe is genoeg: Functio rekent deterministisch met de factoren per RA en scope over de hele functie.

AI genereert, Functio waardeert, HR beoordeelt

De waardering is een samenspel van drie rollen, en elk doet iets anders.

1

AI genereert

De AI kiest de Resultaatgebieden en schrijft het profiel.

2

Functio waardeert

Functio rekent de functieschaal uit. Deterministisch, geen AI.

3

HR beoordeelt

Jij controleert en bevestigt de uitkomst.

Onthoud

Het beoordelen door een mens is niet vrijblijvend: onder de AI Act moet een mens het resultaat controleren en bevestigen.

De rol van AI verschilt per methode

Functio ondersteunt meerdere methoden. Wat de AI doet, hangt af van welke methode je gebruikt.

Functio-methode
Functio rekent de schaal deterministisch uit. De AI helpt alleen bij het profiel (Resultaatgebieden kiezen en schrijven), niet bij de waardering.
CAO-methoden (M&T en TLN)
Hier wordt niet gerekend. De AI analyseert het handboek van de CAO, matcht het profiel tegen de functiefamilies en stelt de best passende familie en schaal voor.
Onthoud

Bij de Functio-methode rekent het systeem. Bij de CAO-methoden matcht de AI tegen bestaande families. In beide gevallen beoordeelt HR de uitkomst.

Kennischeck
1. Welke factor gaat over de mate waarin de functie zelfstandig beslist en prioriteiten stelt?
Klopt. Autonomie kijkt naar de zelfstandigheid die de functie vraagt bij beslissen en prioriteiten stellen.
Vraag 1 van 8
Doe dit zelf

Koppel de factor aan wat hij meet

Elke factor meet iets anders. Kies bij elke omschrijving de juiste factor.

Module voltooid

Goed gedaan!

Je weet nu welke factoren Functio meet, wat scope is, en hoe de functieschaal deterministisch tot stand komt.

Wat heb je geleerd?

Er zijn zes wegingsfactoren

Vijf beschrijven de inhoud van het werk, de zesde is scope.

Elke factor meet iets anders

Kennis, autonomie, complexiteit, probleemoplossend vermogen en impact.

Scope meet het bereik en weegt tweedimensionaal

Eerst het domein, dan de omvang waarvoor de functie verantwoordelijk is.

Functio rekent, jij bevestigt

Functio berekent de schaal deterministisch. Jij beoordeelt en bevestigt de uitkomst, verplicht onder de AI Act.

Volgende stap: Module 6: Roltyperingen begrijpen

De dertien roltyperingen en hoe ze sturen welke resultaatgebieden de AI voorstelt.